De Schoonjans-kapel

Uit de archieven weten wij dat er vroeger in de Metropolitane Sint-Rombouts-kathedraal van Mechelen een Schoonjans-kapel was. Bij een bezoek ter plaatse stelden wij vast dat er van het glorierijke verleden van de SCHOONJANS(en) niet veel meer te bespeuren was.

Na contact met de kerkfabriek werd overeengekomen om in een lege nis een verdwenen beeldje te vervangen door een Mariabeeldje. Naar aanleiding van het 700-jarig bestaan van de stad Mechelen werd de stad feestelijk bevlagd, waaronder de Schoonjansvlag. Dit was een uitgelezen gelegenheid om met de familievereniging iets te ondernemen. De kunstenaar Marc Anckaert, werd aangezocht om voor ons het Onze-Lieve-Vrouwbeeldje voor de Schoonjans-kapel te maken. Het beeldje werd ingehuldigd op zondag 12 oktober 2003.

Sint-Rombouts-kathedraal Schoonjans-kapel

Mechelen, de Sint-Rombouts-kathedraal met zijn Schoonjans-kapel

De geschiedenis van de Schoonjans-kapel

De stichting dateert van 1380 en werd gedaan door Jan Schoonjans, die stierf in 1422. Symon Schoonjans vermeerderde de beneficie in 1444 en er werd bepaald dat de kapel jaarlijks 130 gulden zou genieten, geld dat uit het patrimonium van de vermelde werd genomen. Met dit geld moest dagelijks een mis opgedragen worden.
Symon stierf rond 1446, want dan spreken de documenten over de executeurs der testamente. Catherina Schoonjans die gehuwd was met Jan Schoofs, ridder; deze werd de nieuwe begunstigde. Nadien ging het patronaatsschap van de kapel naar haar zoon Jan Schoofs II. Door een vonnis van “Den Grooten Raede” van juni 1550 werd het patronaatsschap toegewezen aan de nakomeling Philip Schoofs, zoon uit het tweede huwelijk van Philip Schoofs en Anna Roelants, (dochter van Cornelis Roelants en Cecilia van Duffele). Philip Schoofs was minderjarig op het ogenblik van het vonnis, want hij werd vertegenwoordigd door Jonkvrouw Barbara Pipenpoy, weduwe van zijn broer Jan.

Uit een brief van de Luikse edelman Jacques Benoit Termonia kunnen wij opmaken dat de kapel later overgegaan is naar Guillaumme (Willem) Schoofs en verder naar Isabella Schoofs die gehuwd was met Guillaume de Fronteau. Deze brief is een klacht tegen Baron Belderbusch waarin hij stelt dat hij en niet Belderbusch erfgenaam is van de beneficie. Ter staving van zijn visie voegde hij er een stamboom aan toe.
Jean Van der Heyden, geheten Belderbusch, was gehuwd met Isabelle de Fronteau (dochter van Guillaume de Fronteau, heer van Housse en van Isabelle Schoofs).

Dit geschil werd zowel gevoerd voor de rechtbanken van Mechelen als deze van Luik. Luik was toen een onafhankelijk Prinsbisdom en behoorde niet tot de Oostenrijkse Nederlanden. Dit zal de rechtspraak zeker niet vergemakkelijkt hebben. De “Grooten Raede van Haere Majesteyt” (toen Maria-Theresia) kent de kapel en de beneficie toe aan François-Frederick von der Heyden, geheten Belderbusch. De familie von der Heyden, geheten Belderbusch was een zeer vooraanstaande familie, zij waren heren van Montzen. Oorspronkelijk droegen zij de titel van Baron, in het Duits Freiherr, later kregen zij de titel van Graaf.

In het Rijksarchief van Nederlands Limburg te Maastricht bevindt zich een bundel documenten over deze familie. Deze verzameling bevat o. a. stukken betreffende het beneficie Schoonjans in de kathedraal te Mechelen, waarvan leden der familie de Belderbusch beneficiant waren. Daaruit kan men afleiden dat de beneficie Schoonjans-kapel zeer rijk was. De goederen die de beneficie moest spijzen bevonden zich over talloze gemeenten rond Mechelen. De documenten zijn opgesteld in het Nederlands, Frans of Latijn. Het jaar 1755 is de laatste datum die op de documenten voorkomt. Baron François-Frederik kreeg de beneficie in 1750, hij stierf zonder nakomelingen. Het is nog niet geweten wie het patronaatsschap bezat in de laatste jaren van de negentiende eeuw.
De laatste gekende bedienaar ter vervulling van de verplichtingen is Ludovicus De Voster, Kanunnik van Zellaer. Waarschijnlijk is dit de reden waarom de gedenksteen van Arnold van Zellaer werd overgebracht naar de Schoonjanskapel.

Hoe ziet er de kapel nu uit?

Om het echt te weten moet u natuurlijk de Mechelse kathedraal bezoeken. Maar de bezoekersbrochure van de kathedraal geeft al een voorproefje:

De kapel heet de Schoonjanskapel, naar Jan Schoonjans die in 1380 een rijke kapelanie stichtte. In 1682 vond de Sint-Lucasgilde er een toevlucht. Het drieluik (1603) Sint-Lucas schildert portret van de Madonna met de zijluiken, Sint-Jan in de ziedende olie en Het visioen van Sint-Jan op het eiland Patmos is van Abraham Janssens (1567-1632). Sint-Lucas was de patroon van de schilders en beeldhouwers die in de Sint­Lucasgilde verenigd waren. Het glasraam stelt de Aanbidding der Koningen voor en op de zijkant de heilige Adolf en de heilige Elisabeth van Thuringen, patroons van de schenkers. Het werd in 1891 geplaatst door Leopold Pluys. De gedenksteen van Arnold van Zellaer is afkomstig uit de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Zellaer. Erboven is het epitaaf aangebracht van Joachim Gilis (+1687), majoor van een Waals regiment, en van zijn echtgenote Anne Le Boiteulx. De kleine nis in de gedenksteen bevatte een Sint-Anna-ten-Drieën, die sinds 1914 verdwenen is. De geelkoperen koorlezenaar in renaissancestijl, werd in 1591 gegoten door Jan II Cauthals naar een ontwerp van Libert van Eeghem. De lezenaar is versierd met het wapenschild van aartsbisschop Hauchinus die er het geld voor legateerde. De koorzetel voor cantor, dateert uit 1626. Hoog tegen de wand hangt een schilderij van Egidius Jozef Smeyers (1694-1771), Tenhemelopneming van Maria.

Schoonjans-kapel

In de Schoonjans-kapel: links het Zellaergedenkteken, op de achtergrond het schilderij: ‘Sint-Lucas schildert portret van de Madonna met de zijluiken, Sint-Jan in de ziedende olie en Het visioen van Sint-Jan op het eiland Patmos’.